Conclusie A-G Spronken 5 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1585

Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en afgewezen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663 inhoudende dat de uiteindelijke beslissing op een aanhoudingsverzoek ttz. dient te worden genomen en in het p-v van die tz. dient te worden vastgelegd. P-v van de tz. in h.b. houdt niet in een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing van het Hof omtrent het verzoek van de raadsvrouwe tot uitstel van de behandeling, noch dat het OM omtrent dat verzoek is gehoord, maar houdt alleen in als mededeling van de voorzitter van het Hof dat een door de raadsvrouwe gedaan verzoek om aanhouding voorafgaand aan de tz. is afgewezen. Verzuim van Hof om ttz. te beslissen heeft nietigheid van het onderzoek ttz. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak tot gevolg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken