HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1199

1. Beroep op nietigheid inleidende dagvaarding mogelijk indien verdachte n-o wordt verklaard in het h.b.? Art. 422 en 416.2 Sv. 2. Beroep op overschrijding redelijke termijn na uitspraak Hof. Ad 1. Ex art. 422 Sv is het Hof slechts gehouden tot de beraadslaging a.b.i. art. 348 en 350 Sv indien aan het vereiste is voldaan dat “het hoger beroep is ingesteld overeenkomstig de eisen die dit wetboek daaraan stelt.” Daaruit volgt dat de vraag naar de geldigheid van de inleidende dagvaarding eerst aan de orde komt, wanneer de vraag naar de ontvankelijkheid van het h.b. bevestigend is beantwoord. Onder de vraag van art. 422.1 Sv “of het hoger beroep is ingesteld overeenkomstig de eisen die dit wetboek daaraan stelt” moet mede worden begrepen het in art. 416.2 Sv beschreven geval. De mogelijkheid dat de inleidende dagvaarding nietig is staat derhalve niet eraan in de weg dat het Hof toepassing geeft aan art. 416.2 Sv. Ad 2. Nu de schriftuur geen klachten bevat t.a.v. 's Hofs n-o-verklaring van verdachte in het door hem ingestelde h.b. en de HR ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, kan de klacht dat na het wijzen van het bestreden arrest bij de betekening van de verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid is betracht niet leiden tot vernietiging van 's Hofs uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken