HR 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1314

Bij de beslissing op een aanhoudingsverzoek moet de rechter een afweging maken tussen alle daarvoor in aanmerking komende belangen, waaronder verdachtes aanwezigheidsrecht, het belang van verdachte en samenleving bij een spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging. 's Hofs kennelijke oordeel bij de afwijzing van het verzoek dat aan een ander belang dan dat van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht voorrang moest worden gegeven, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Samenvatting: Beroep verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen