Conclusie A-G Wesseling-van Gent 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523
Cassatieprocesrecht. Verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv). Gevolgen van het verval van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ (art. 9j lid 1 Advocatenwet). Schorsing geding van rechtswege, art. 226 Rv. Wijze van hervatting van het geding in dagvaardings- en verzoekschriftprocedures.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 20 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 44 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 125 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 225 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 226 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 227 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 228 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 407 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 409 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 416 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 418a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 80a RO
- Artikel 1 Advw
- Artikel 2 Advw
- Artikel 9j Advw
- Artikel 9k Advw
- Artikel 12 Advw
- Artikel 16 Advw
- Artikel 2 WAS