Conclusie A-G Bleichrodt 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:184
Profijtontneming. Toerekening w.v.v. geheel aan betrokkene? HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Raadsman heeft betoogd dat de helft van het w.v.v. moet worden toegerekend aan de inmiddels overleden A. ‘s Hofs oordeel dat dit standpunt feitelijke grondslag mist, is ontoereikend gemotiveerd. Uit de bewezenverklaring en de kwalificatie in de hoofdzaak volgt dat betrokkene het bewezenverklaarde niet alleen heeft gepleegd, terwijl uit in de strafzaak en in de ontnemingszaak gebezigde b.m. volgt dat er sprake was van samenwerking met A. Gelet hierop is ’s Hofs kennelijke oordeel dat het gehele w.v.v. aan betrokkene moet worden toegerekend, niet begrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3261
- HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:961
- HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5162
- HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6947
- HR 8 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0952
- HR 3 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6953
- HR 13 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3254
- HR 11 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4860
- HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3200
- HR 8 juli 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1199