HR 8 juli 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1199
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in cocaïne. 1. Kunnen verliezen die zijn geleden t.g.v. gefingeerde beroving van het door veroordeelde met het oog op aankoop van verdovende middelen aan derde gegeven geldbedrag en t.g.v. afpersing van veroordeelde door afnemer, worden aangemerkt als aftrekbare kosten? 2. Dient waarde van de bij aanhouding van betrokkene aangetroffen en inbeslaggenomen cocaïne in mindering te worden gebracht op schatting w.v.v.? Ad 1. O.g.v. wetsgeschiedenis moet, mede i.v.m. reparatoir karakter van ontnemingsmaatregel, bij bepaling van hoogte van w.v.v. worden uitgegaan van voordeel dat veroordeelde in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald (vgl. HR NJ 1998/242). Kosten die voor aftrek in aanmerking kunnen komen zijn kosten die in directe relatie staan tot voltooiing van delict. Daaronder vallen in een geval als het onderhavige de kosten die zijn gemoeid met aankoop van verdovende middelen waarvan verkoopopbrengst als w.v.v. wordt ontnomen. Verliezen die zijn geleden t.g.v. gefingeerde beroving van het door veroordeelde met het oog op aankoop van verdovende middelen aan derde ter hand gestelde geldbedrag en t.g.v. afpersing van veroordeelde door afnemer, zijn niet als dergelijke aftrekbare kosten aan te merken. Het zijn immers wellicht kosten die volgens veroordeelde zijn gemaakt i.h.k.v. handel in verdovende middelen maar het zijn daarmee nog geen kosten die in directe relatie staan tot voltooiing van desbetreffende Opiumwetdelicten die ten grondslag liggen aan becijfering van w.v.v. Ad 2. Ontneming van w.v.v. betreft voordeel dat door de aan ontneming ten grondslag gelegde delicten is verworven. Daarbij doet in beginsel niet terzake welke bestemming dit voordeel heeft verkregen. Dan kan eventueel ter ontneming van dit voordeel verhaal worden gezocht op aangeschafte voorwerpen en opbrengst daarvan bij ontneming worden verrekend. Indien dit voordeel is benut voor aankoop van verdovende middelen, waarvan ongecontroleerd bezit in strijd met wet is, zullen die middelen, indien deze zijn in beslag genomen, in de regel voorwerp vormen van strafrechtelijke procedure waarin onttrekking aan het verkeer van die middelen wordt uitgesproken of zal anderszins ten ongunste van beslagene aan dit beslag een einde komen. Veroordeelde die ervoor heeft gekozen door hem w.v.v. te besteden voor aankoop van dergelijke middelen, neemt daarmee risico van (beslag en) onttrekking aan het verkeer daarvan. In concreet geval daadwerkelijk door veroordeelde behaald voordeel wordt door het zich realiseren van dit risico niet verminderd. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl