HR 13 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3254

Profijtontneming. Het Hof heeft bij de schatting van het door middel van de bewezenverklaarde diefstal van elektriciteit verkregen voordeel rekening gehouden met de onherroepelijke veroordeling van de betrokkene tot betaling van € 4.194,54 aan de benadeelde partij [benadeelde partij] en het door middel van die diefstal verkregen voordeel geschat op nihil. In het licht daarvan geeft ’s Hofs oordeel dat het geen aanleiding ziet de in rekening gebrachte kosten van de gebruikte elektriciteit in mindering te brengen op het uit het telen van hennep wederrechtelijk verkregen voordeel, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het voorts toereikend gemotiveerd. Ook het oordeel van het Hof dat de aan de betrokkene in rekening gebrachte kosten voor het herstellen van de energietoevoer en de “administratiekosten van het te ontnemen bedrag” niet tot vermindering van het wederrechtelijk verkregen voordeel behoren te leiden, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat het wellicht kosten zijn die de betrokkene heeft moeten maken als gevolg van het telen van hennep maar dat het daarmee nog geen kosten zijn die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel (vgl. HR LJN ZD1199).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen