Conclusie A-G Wattel 12 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:684

Premieheffing werknemersverzekeringen; sectorindeling van Wsw-dienstonderdelen van een gemeente. Is sector 67 (Werk en Re(Integratie) bedoeld voor – onder meer – gesplitste aansluiting van gemeenten voor hun Wsw-werkgeverschap? Wijziging door Besluit van de Minister van SZW van 22 mei 2003? Schending zorgvuldigheidsbeginsel? Feiten: De belanghebbende is bij de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) de werkgever van de Wsw-ers. Voor de premieheffing werknemersverzekeringen waren haar Wsw-dienstonderdelen ingedeeld in sector 67 (Werk en (re)Integratie). Voor haar overige werkgevers-hoedanigheden was zij ingedeeld in sector 64 (Overheid; provincies, gemeenten en waterschappen). De Inspecteur heeft haar per 1 januari 2014 voor al haar werkgevershoedanigheden ingedeeld in sector 64, waardoor haar gesplitste sectoraansluiting eindigde. Volgens het Hof kan het Besluit van de Minister van SZW van 22 mei 2003, bepalende dat “werkzaamheden die een overheidswerkgever (…) als werkgever doet verrichten, worden gerekend tot een van de sectoren 61 tot en met 66”, gelet op de duidelijke bewoordingen en de bedoeling, niet anders worden uitgelegd dan als inhoudende dat de belanghebbende voor al haar activiteiten als overheidswerkgever moet worden ingedeeld in sector 64. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is volgens het Hof geen sprake. De belanghebbende stelt in cassatie dat 's Hofs oordeel onjuist is omdat met sector 67 mede is beoogd gesplitste sectorindeling van gemeenten mogelijk te maken, met indeling van hun Wsw-werkgeverschap in sector 67. Voorts is volgens haar het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden omdat de achteraf blijkende financiële nadelen van de indelingswijziging voor de gemeente de Inspecteur hadden moeten nopen tot een herbeoordeling van de indeling. Volgens A-G Wattel blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis van sector 67 en uit verschillende rapportages dat die sector bedoeld was voor – onder meer – het Wsw-werkgeverschap van gemeenten, en dat voor hen in zoverre gesplitste aansluiting aangewezen was, mits hun sw-bedrijf een zelfstandig bedrijfsonderdeel was dat als zodanig in het maatschappelijke verkeer optrad. Het Besluit van de Minister van SZW van 22 mei 2003 heeft daarin volgens de A-G geen wijziging gebracht, nu uit tekst noch toelichting volgt dat bedoeld werd om de tot dan toe in sector 67 vallende Wsw-werkgevers daaruit te verwijderen; de belanghebbende is volgens de A-G ter zake van Wsw-ers geen ‘overheidswerkgever’. De zaak moet zijns inziens worden verwezen voor feitelijk onderzoek naar de vraag of belanghebbendes Wsw-dienstonderdelen kunnen gelden als afzonderlijke bedrijfsonderdelen die als zodanig optreden in het maatschappelijke verkeer. Belanghebbendes beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel behoeft alsdan geen behandeling, maar de A-G acht het ongegrond: als de Inspecteur geen discretionaire bevoegdheid tot indelen heeft (als de wet noopt tot een bepaalde indeling), is hij niet rechtens verplicht die correcte indeling te heroverwegen wegens financieel nadeel voor de belanghebbende op ander vlak. Conclusie: vernietiging en verwijzing voor feitelijk onderzoek

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken