Conclusie A-G Spronken 8 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2102
Antilliaanse zaak. Het in deze zaak van toepassing zijnde art. 385.3 Wetboek van Strafvordering van Curaçao (SvC) is gelijkluidend aan art. 342.2 Sv. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452, welke ook gelden voor art. 385.3 SvC. V.zv. het middel betoogt dat de betrokkenheid van verdachte bij de overvallen telkens uitsluitend steunt op de verklaringen van aangeefsters, mist het feitelijke grondslag. ’s Hofs oordeel dat, in hetgeen het Hof in de bewijsmotivering van die overvallen ook heeft betrokken, voldoende steun is te vinden voor de verklaringen van aangeefsters, is niet onbegrijpelijk. Ambtshalve: strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1833
- HR 12 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1158
- HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1890
- HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8600
- Conclusie A-G Aben 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8600
- HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN1728
- HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452
- HR 15 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2440
- HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094
- HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7746
- HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3704