Conclusie A-G Langemeijer 10 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9852
Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Wots); art. 15 Sr. Geval waarin buitenlandse vrijheidsstraf is opgelegd vóór datum inwerkingtreding (nieuwe) regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling op 1 juli 2008, maar waarin omzetting van deze straf in gevangenisstraf naar Nederlands recht eerst ná bedoelde datum heeft plaatsgevonden. Vraag of (oude) regeling van de vervroegde invrijheidstelling dan wel (nieuwe) regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing is. Oordeel hof dat (nieuwe) regeling van toepassing is, is juist. Straf die OM in Nederland ten uitvoer legt, is de door de Nederlandse rechter - met gebondenheid aan de door de buitenlandse rechter uitgesproken veroordeling - zelfstandig naar Nederlands recht vastgestelde gevangenisstraf. De op de voet van art. 31 Wots gegeven beslissing waarbij gevangenisstraf wordt opgelegd, moet worden aangemerkt als een “veroordeling tot vrijheidsstraf” in de zin van art. VI lid 1 van de wet van 6 december 2007, Stb. 500 (waarbij art. 15 Sr. werd gewijzigd).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 402 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1 Sr
- Artikel 15 Sr
- Artikel 15a Sr
- Artikel 15b Sr
- Artikel 15c Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 68 Sr
- Artikel 18 WOTS
- Artikel 28 WOTS
- Artikel 31 WOTS
- Artikel 32 WOTS
- Artikel 43 WOTS
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 7 EVRM
- Artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 26