Rb. Rotterdam 29 april 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI2865
WOTS-zaak. Veroordeelde is in Groot-Brittannië veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf terzake de handel in verdovende middelen. Veroordeelde heeft een verzoek ingediend tot overbrenging naar Nederland ter verdere uitvoering van die straf. Raadsman heeft aangevoerd dat de tenuitvoerlegging ontoelaatbaar dient te worden verklaard omdat het bewezenverklaarde naar Nederlands recht niet kwalificeerbaar is en geen strafbaar feit oplevert. De rechtbank overweegt dat zij gebonden is aan de vaststelling van de feiten voor zover deze uitdrukkelijk of impliciet blijken uit het Britse vonnis en stelt vast dat op grond van het vonnis van de Britse rechter voldoende is komen vast te staan dat de bewezenverklaarde “conspiracy” bij een overeenkomstige inbreuk op de Nederlandse rechtsorde strafbaar gesteld kan worden als deelname aan een criminele organisatie krachtens artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 140 Sr
- Artikel 2 WOTS
- Artikel 3 WOTS
- Artikel 4 WOTS
- Artikel 6 WOTS
- Artikel 7 WOTS
- Artikel 28 WOTS
- Artikel 30 WOTS
- Artikel 31 WOTS
- Artikel 2 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 3 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 6 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen