Rb. Rotterdam 10 augustus 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5208
WOTS. Bij de kernvraag die in een de WOTS-procedure aan de orde is (welke straf dient te worden opgelegd) is van belang dat in ogenschouw wordt genomen of de ‘nieuwe’ voorwaardelijke, of de oude ‘vervroegde’, invrijheidstellingsregeling van toepassing is. In een WOTS-procedure is, ondanks het feit dat strafoplegging plaatsvindt, geen sprake van een veroordeling tot vrijheidsstraf. De grondslag voor de strafoplegging is gelegen in de veroordeling tot vrijheidsstraf door de buitenlandse rechter. Nu deze is uitgesproken vóór de inwerkingtreding van de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling gaat de rechtbank er op grond van het overgangsrecht van uit dat bij de tenuitvoerlegging van de in deze zaak opgelegde vrijheidsstraf zal worden gehandeld conform de regeling van vervroegde invrijheidstelling zoals deze gold vóór 1 juli 2008.
De uitspraak op rechtspraak.nl