Conclusie A-G Hofstee 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ4199

Uitleg begrip “geldtransactiekantoor” in art. 1.a Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt). Het middel gaat uit van een onjuiste opvatting. De door het middel voorgestane beperkte uitleg van het begrip 'geldtransactiekantoor' strookt niet met hetgeen gelet op doel en strekking van de Wet inzake de geldtransactiekantoren de wetgever voor ogen stond. Uit de weergegeven wetsgeschiedenis blijkt immers dat het begrip 'geldtransactiekantoor' - net als voordien onder de Wet inzake de wisselkantoren, het begrip 'wisselkantoor' (vgl. HR LJN AO4054) - ruim is geformuleerd, terwijl uit de tekst van de genoemde bepaling, mede gelezen in het licht van de parlementaire geschiedenis, volgt dat ook het begrip 'geldtransacties' zodanig ruim is omschreven, dat daaronder het verrichten van geldtransfers (moneytransfers) als de onderhavige vallen. Derhalve kan degene die, zoals de verdachte, beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van derden geldtransfers verricht, worden aangemerkt als degene die als 'geldtransactiekantoor' 'geldtransacties uitvoert' in de zin van art. 1, aanhef en onder a sub 3º, Wgt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen