HR 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8533
Procesrecht; arbitragebeding; (resterende) rechtsmacht Nederlandse rechter; artt. 22 EEX-Vo en 2:15 lid 3 BW. Opvatting dat de exclusieve bevoegdheid van de overheidsrechter met betrekking tot de beoordeling van de nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit van een orgaan van de vennootschap steeds meebrengt dat deze ook exclusief bevoegd is tot kennisneming van geschillen omtrent alle gevolgen van dat besluit en tot hetgeen ter uitvoering van dat besluit is geschied, is onjuist. Redenen van litispendentie of connexiteit geven geen grond daarover anders te oordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl