Conclusie A-G Fokkens 9 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF0713
Beklag. Verzoeken tot aanwijzing ander gerecht. Art. 12, 13 en 510 Sv. Klager heeft een klaagschrift a.b.i. art. 12 Sv bij het Hof ingediend tegen de beslissing van de OvJ dat geen vervolging zal worden ingesteld tegen leden van datzelfde Hof. 1. De AG bij het Hof heeft de HR kennelijk verzocht om o.g.v. art. 510 Sv een ander hof aan te wijzen voor de behandeling van dat klaagschrift. 2. Het Hof heeft zich, gelet op art. 510 Sv, onbevoegd verklaard te beslissen op de klacht van klager en heeft de HR verzocht een ander gerecht aan te wijzen. HR: Ad 1. Als een rechterlijk ambtenaar moet worden vervolgd en berecht voor zijn rb, zijn hof of voor een gerecht binnen het ressort van zijn rb of zijn hof, dient het OM ex art. 510 Sv de HR te verzoeken een ander gerecht aan te wijzen. Het OM is bevoegd een dergelijk verzoek te doen indien het zich nog geen oordeel heeft gevormd over de vraag of een rechterlijk ambtenaar als verdachte van een strafbaar feit moet worden aangemerkt (vgl. HR LJN AU4091). Het OM is zelf bevoegd te beslissen niet tot vervolging van een rechterlijk ambtenaar over te gaan. Uit het systeem van art. 12, 13 en 510 Sv, zoals daarvan mede blijkt uit de wetsgeschiedenis, volgt dat tegen een dergelijke beslissing tot niet-vervolgen geen beklag a.b.i. art. 12 Sv kan worden gedaan. Dan kan evenwel o.g.v. art. 13 Sv beklag worden gedaan over het niet indienen van een verzoekschrift a.b.i. art. 510 Sv. In art. 13 Sv is bepaald dat het hof binnen het rechtsgebied waarvan de indiening van het verzoekschrift zou behoren te geschieden, is aangewezen als het gerecht dat bevoegd is dit beklag te beoordelen. Noch de wet noch de wetsgeschiedenis bieden steun voor de opvatting dat art. 510 Sv ook van (overeenkomstige) toepassing is op de behandeling van een beklag a.b.i. art. 13 Sv. Bij de beoordeling van dit beklag heeft het hof te onderzoeken of aan het OM een bevel tot het indienen van een verzoekschrift a.b.i. art. 510 Sv zal moeten worden gegeven. Daarvoor zal eerst grond bestaan indien het hof jegens een rechterlijk ambtenaar een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit aanwezig acht. Tegen een op een beklag a.b.i. art. 13 Sv gegeven beslissing kan geen rechtsmiddel worden aangewend. E.e.a. brengt mee dat de AG bij het Hof niet kan worden ontvangen in zijn verzoek tot het aanwijzen van een ander gerecht voor de behandeling van het beklag. Ad 2. Uit art. 510 Sv volgt dat slechts het OM een verzoekschrift a.b.i. dat artikel kan indienen bij de HR. Reeds daarom kan het Hof niet in het verzoek worden ontvangen. Een klager die gebruik maakt van een hem bij wet toegekende voorziening, moet i.h.a. worden geacht de volgens de wet openstaande voorziening te hebben willen aanwenden. Daarom had het Hof het door klager o.g.v. art. 12 Sv ingediende klaagschrift moeten verstaan als een beklag a.b.i. art. 13 Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl