Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 augustus 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:93
Het door belanghebbende, een autoverhuurbedrijf, tegen het uitblijven van een uitspraak op bezwaar tegen de eigen aangifte verhuurautobelasting (VAB) over de periode april-juni 2013, ingediende beroep is door het Gerecht in eerste aanleg terecht gegrond verklaard. Ook het beroep van belanghebbende op toepassing van het gelijkheidsbeginsel ( meerderheidsregel) slaagt zodat het Gerecht terecht de teruggave van de door belanghebbende over de periode april-juni 2013 betaalde VAB heeft gelast. Het Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht. Van een door het bestuursorgaan gevolgde van de wet afwijkende gedragslijn waarop een belanghebbende zich in het kader van de meerderheidsregel kan beroepen, is bij aangiftebelastingen sprake indien het bestuursorgaan in de meerderheid van de vergelijkbare gevallen waarmee het bekend is expliciet of impliciet een standpunt inneemt op grond waarvan het een juiste wetstoepassing achterwege laat (vgl. HR 11 maart 1998, nr. 32723, LJN AA2454, BNB 1998/266). Van het innemen van een dergelijk standpunt kan worden gesproken indien naheffing achterwege blijft hoewel de verschuldigde belasting niet (volledig) is betaald en het bestuursorgaan over alle benodigde gegevens beschikt om een naheffingsaanslag te kunnen opleggen. De Inspecteur van de Belastingdienst Caribisch Nederland (BCN) heeft op 22 mei 2015 verklaard dat in totaal bij de BCN 42 actieve autobedrijven inzake verhuur van auto’s bekend zijn. Het Openbaar Lichaam heeft verklaard dat in het jaar 2013 bij haar 25 belastingplichtige autoverhuurbedrijven stonden geregistreerd, en dat daarvan 16 autoverhuurbedrijven over de periode april-juni 2013 VAB hebben afgedragen. Gesteld noch aannemelijk is geworden dat het aantal actieve autoverhuurbedrijven op Bonaire in de periode april 2013 – mei 2015 in betekende mate zou zijn toegenomen. Op grond van de verklaringen ter zitting van het Hof acht het Hof het aannemelijk dat het Openbaar Lichaam sinds juni 2015 geen pogingen heeft ondernomen om ten aanzien van enige op de lijst van actieve autoverhuurbedrijven voorkomende bedrijven tot een juiste heffing van VAB te komen en mogelijk naheffingsaanslagen op te leggen, ook niet over de hier in geschil zijnde periode. Onder deze omstandigheden moet het er naar het oordeel van het Hof voor worden gehouden dat het Openbaar Lichaam impliciet een standpunt inneemt of heeft ingenomen op grond waarvan het een juiste wetstoepassing in de meerderheid van rechtens en feitelijk met belanghebbende vergelijkbare gevallen achterwege laat.
De uitspraak op rechtspraak.nl