Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 januari 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:7
In hoger beroep is in geschil of de bezwaarschriften van belanghebbende terecht door het Gerecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Daarnaast is in geschil of belanghebbende recht heeft op teruggave van verhuurbelasting motorrijtuigen (VBM), hetgeen belanghebbende stelt, door een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel, doch de Inspecteur bestrijdt. Belanghebbende heeft verklaard dat de aan de heffingsambtenaar toegezonden brieven afgedragen VBM, niet als bezwaarschriften doch als verzoeken om ambtshalve vermindering hadden moeten worden beschouwd. Belanghebbende heeft geen grieven aangevoerd tegen het oordeel van het Gerecht waarin voormelde brieven als niet-ontvankelijke bezwaarschriften zijn aangemerkt. Op basis van de door belanghebbende en de verstrekte gegevens komt het Hof tot het oordeel dat belanghebbende niet erin is geslaagd aannemelijk te maken dat in de meerderheid van de met belanghebbende vergelijkbare gevallen de meerderheidsregel is geschonden. Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat de heffingsambtenaar de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 augustus 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:93
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 maart 2016, ECLI:NL:OGEABES:2016:7
- HR 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1194
- HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0264
- HR 13 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5559
- Conclusie A-G Groeneveld 23 april 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL8260
- HR 15 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5142
- HR 11 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2466