Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 4 februari 2022, ECLI:NL:OGEAA:2022:15
Aan belanghebbende is op 31 mei 2019 een aanslag grondbelasting 2019 opgelegd met toepassing van het sinds 1 januari 2019 wettelijk geldende hogere tarief. In de Landsverordening grondbelasting is bepaald dat de aanslag geschiedt voor een tijdvak van vijf jaren, dat de aanslagen worden opgenomen in voor elk vijfjarig tijdvak op te maken leggers en dat met de vaststelling van de aanslagen wordt aangevangen in de maand oktober, aan elk vijfjarig tijdvak voorafgaande. Het vijfjarig tijdvak loopt van 2017 tot en met 2021. Belanghebbende stelt zich op grond van de wettelijke bepalingen op het standpunt dat de aanslag niet naar het met ingang van 2019 geldende hoger tarief kan worden opgelegd. Het Gerecht stelt de volgende prejudiciële vragen: 1. Is de aanslag grondbelasting 2019 met dagtekening 31 mei 2019 aan te merken als een tweede aanslag over het boekjaar 2019? 2. Kan bij positieve beantwoording ter zake van de per 1 januari 2019 ingevoerde wijziging van artikel 11 van de Landsverordening Grondbelasting een navorderingsaanslag worden opgelegd? Die vraag valt uiteen in twee deelvragen: a. Is de vóór 1 januari 2017 opgelegde aanslag naar een te laag bedrag vastgesteld? Bij positieve beantwoording van die vraag: b. Vormt de wijziging van artikel 11 van de Landsverordening Grondbelasting per 1 januari 2019 een nieuw feit in de zin van artikel 13, lid 1 van de Algemene Landsverordening Belastingen dat navordering rechtvaardigt? Bij negatieve beantwoording van de eerste vraag of bij positieve beantwoording van de tweede vraag: 3. Vormt de wijziging van artikel 11 van de Landsverordening Grondbelasting op stelselniveau een onaanvaardbare inbreuk op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en is ze in strijd met artikel 1.19 van de Staatsregeling?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 juli 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:223
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 29 januari 2020, ECLI:NL:OGEAA:2020:10
- HR 25 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1618
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 6 september 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:121
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 28 augustus 2017, ECLI:NL:OGEAA:2017:677
- HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:121
- HR 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BF0399
- Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 17 maart 2010, ECLI:NL:ORBBNAA:2010:9
- Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 17 april 2009, ECLI:NL:ORBBNAA:2009:14
- Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 28 juli 2000, ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BQ8678
- HR 20 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:BH7894