Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 29 januari 2020, ECLI:NL:OGEAA:2020:10

In geschil zijn de aanslagen grondbelasting 2017 t/m 2019. Volgens de systematiek van de Arubaanse Landsverordening Grondbelasting stelt de Inspecteur voorafgaand aan het vijfjarig tijdvak (2017-2021) vijf aanslagen vast, bewaart die aanslagen in een legger, en maakt hij ieder jaar een aanslag bekend door verzending. Uitgaande van deze systematiek wordt de aanslag grondbelasting voor het jaar 2019 geacht te zijn vastgesteld vóór 1 januari 2017. Per 1 januari 2019 heeft de wetgever het tarief van de grondbelasting verhoogd. De vraag is of deze wijziging gevolgen kan hebben voor het belastingjaar 2019. Het Gerecht overweegt dat de vastgestelde aanslag grondbelasting 2019 kan worden geconverteerd in een navorderingsaanslag, mits aan de vereisten voor navordering is voldaan. Ten tijde van het vaststellen van de aanslag grondbelasting 2019 – vóór 1 januari 2017 – was de Inspecteur niet bekend met de tariefsverhoging. Van een onjuist inzicht in het recht was daarom geen sprake. De Inspecteur kan dus navorderen. De Arubaanse wetgever heeft door wijziging van het grondbelastingtarief voor een belastingjaar waarvoor reeds een aanslag is vastgesteld, in wezen terugwerkende kracht toegekend aan de tariefsverhoging. Naar het oordeel van het Gerecht vormt deze terugwerkende kracht geen inbreuk op het eigendomsrecht van art. 1 Eerste Protocol EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken