HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810
Wet stroomlijnen hoger beroep. Instelling rechtsmiddel door een advocaat via een bijzondere schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker. De HR neemt een aantal beslissingen t.a.v. wettelijke regeling m.b.t. het aanwenden van rechtsmiddelen zoals die geldt na de wetswijziging van de Wet stroomlijnen hoger beroep. Hoewel dat niet in de wet te lezen is, kan een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat op de wijze van art. 450.3 Sv (verlening schriftelijke volmacht voor instellen rechtsmiddel aan griffiemedewerker) hoger beroep instellen, nu dat op een niet voor misverstand vatbare wijze tot uitdrukking is gebracht in de MvT. Er is voorts geen goede grond een advocaat de mogelijkheid te ontzeggen om cassatie in te stellen d.m.v. het verlenen van een schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker. Die schriftelijke volmacht zal moeten voldoen aan de in art. 450.1 en 3 Sv geformuleerde eisen hetgeen in cassatie betekent dat het voldoende is als de volmacht voldoet aan de in art. 450.1.a Sv neergelegde eis (verklaring van advocaat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep). Een strikte wetstoepassing ligt echter niet in de rede als de volmacht door de verdachte zelf is verstrekt en het verdient opmerking dat het de in beroep oordelende rechter is die beslist over de ontvankelijkheid van het beroep en dus over de vraag of een rechtsmiddel tijdig en op de juiste wijze is ingesteld. I.c. houdt het faxbericht van mr. Baumgarten aan de strafgriffie niet in dat mr. Baumgarten bepaaldelijk door de verdachte is gevolmachtigd om hoger beroep in te stellen, zodat niet is voldaan aan het in art. 450.1.a Sv neergelegde vereiste. Dat geldt ook voor overige vereisten waaraan de schriftelijke volmacht moet voldoen. Het Hof heeft verdachte daarom terecht n-o verklaard in dat beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl