HR 10 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:870

Ontucht met 16-jarige leerlinge door 26-jarige gymleraar op middelbare school (meermalen gepleegd), art. 249.1 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht “aan zijn opleiding, zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige”. Art. 249.1 (oud) Sr geeft opsomming van minderjarigen met wie plegen van ontucht in deze bepaling strafbaar is gesteld, waarbij telkens hoedanigheid t.o.v. dader is aangeduid. Die hoedanigheid brengt telkens min of meer grote mate van afhankelijkheid van minderjarige t.o.v. dader mee, terwijl dader aan die hoedanigheid zeker overwicht tegenover die minderjarigen kan ontlenen. Strekking van art. 249.1 (oud) Sr is verlenen van bescherming aan minderjarigen die a.g.v. die afhankelijkheid en dat overwicht minder weerstand aan dader kunnen bieden dan anderen (vgl. HR:1990:AD1168). Hof heeft o.g.v. de door hem vastgestelde f&o geoordeeld dat kan worden bewezenverklaard dat minderjarig slachtoffer aan opleiding, zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd. Dat oordeel geeft gelet op wat hiervoor is vooropgesteld niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de door hof gebruikte bewijsvoering toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken