HR 26 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1168

Ontucht door biologische vader aan te merken als ontucht plegen met “zijn minderjarig kind” a.b.i. art. 249.1 Sr? Strekking van art. 249.1 Sr is bescherming te verlenen aan minderjarigen, die als gevolg van afhankelijkheid en overwicht van dader minder weerstand aan hem kunnen bieden dan anderen. De enkele omstandigheid dat een man de biologische vader van een kind is, brengt een kind nog niet in een verhouding t.o.v. die man, die een dergelijk(e) afhankelijkheid en een overwicht meebrengt. Gelet op die strekking is dan geen sprake van een verhouding die o.g.v. die bepaling bescherming rechtvaardigt. Mede gelet op hetgeen overigens is bepaald in dit art. en in de titel waarvan het deel uitmaakt, bestaat er geen aanleiding om aan de term "zijn minderjarig kind" een ruimere betekenis toe te kennen dan uit het voorgaande voortvloeit. Door te oordelen dat daaronder ook het minderjarige kind van een natuurlijke vader begrepen dient te worden, heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de bewoordingen “zijn minderjarig kind” in art. 249.1 Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen