HR 25 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:887
Zaak IJsberg. OM-cassatie en cassatie verdachte. Ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. schuldwitwassen van bitcoins (art. 420quater.1.b Sr) en veroordeling voor bezit harddrugs (art. 2.C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen voor handel in harddrugs (art. 10a Opiumwet). 1. OM-cassatie. Vrijspraak (opzet)witwassen. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt OM over wetenschap verdachte dat bitcoins en geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn, art. 359.2 Sv. 2. OM-cassatie. Vrijspraak verbergen en verhullen van herkomst bitcoins. Heeft hof ten onrechte oogmerk van verdachte bepalend geacht bij vraag of sprake is van ‘verbergen’ of ‘verhullen’ a.b.i. art. 420bis.1.a en 420quater.1.a Sr? 3. Zijn bitcoins ‘voorwerpen’ a.b.i. witwasbepalingen? 4. Cassatie verdachte. Bewijs- en uos-klacht Opiumwetdelicten. Ad 1. Wat OM heeft aangevoerd kan niet anders worden opgevat dan als standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van ondubbelzinnige conclusie aan hof is voorgelegd. Hof is van dit uos afgeweken zonder i.h.b. redenen daarvoor op te geven. Ad 2. HR herhaalt relevante overweging uit HR:2017:236 dat ‘verbergen’ en ‘verhullen’ a.b.i. art. 420bis.1.a en 420quater.1.a Sr betrekking hebben op gedragingen die erop zijn gericht zicht op o.m. herkomst van voorwerpen te bemoeilijken en dat die gedragingen ook geschikt moeten zijn om dat doel te bereiken. Uit wetsgeschiedenis volgt dat doelgerichtheid van handelen kan worden afgeleid uit ‘objectieve strekking ervan (verbergend of verhullend effect)’ en dat oogmerk om te verbergen of te verhullen niet hoeft te worden bewezen. Hof heeft geoordeeld dat het enkele omzetten van bitcoins naar contant geld niet kan worden beschouwd als verbergen of verhullen van herkomst of vindplaats van bitcoins. Daarbij heeft hof betrokken dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte de herkomst of vindplaats van bitcoins heeft ‘willen’ verhullen of verbergen. Hierin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat oogmerk van verdachte bepalend is voor beantwoording van vraag of verdachte herkomst van bitcoins heeft verborgen of verhuld. Gelet op wetsgeschiedenis (waarin ‘(subjectieve) geestesgesteldheid van dader’ als van ‘ondergeschikt belang’ is aangeduid omdat het gaat om objectieve strekking en effect van gedragingen) getuigt dat oordeel van te beperkte uitleg van ‘verbergt of verhult’. Hof heeft grondslag tll. verlaten. Ad 3. Hof heeft terecht aangenomen bitcoins kunnen worden aangemerkt als ‘voorwerpen’ a.b.i. art. 420bis en 420quater Sr. Ad 4. HR: art. 81.1 RO. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. uos OM en verbergen en verhullen herkomst. Samenhang met 22/00391, 22/00406, 22/00470, 22/00484, 22/00485, 22/00488, 22/00729 P, 22/00787 P, 22/00832 P en 22/00896 P en met 22/00789 P en 22/00851 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
De uitspraak op rechtspraak.nl