HR 17 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1731
Vernieling (art. 350.1 Sr). Bewijsklacht. Enkelvoudige kamer hof heeft bij mondeling arrest vonnis Pr bevestigd, art. 359.3, 378.2 en 378a Sv en art. 1 Regeling aantekening mondeling vonnis. Uit ‘aantekening mondeling vonnis’ a.b.i. art. 378a Sv (stempelvonnis) volgt dat verdachte voor vernieling is veroordeeld tot o.m. geldboete van € 325. Bij de stukken bevindt zich niet p-v van tz. in eerste aanleg waarin o.g.v. art. 378.2 Sv mondeling vonnis Pr is aangetekend. ‘Aantekening mondeling vonnis’ Pr bevat ook niet bewijsvoering. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:2026 m.b.t. eisen aan inhoud van aantekening mondeling vonnis of arrest. Omdat ‘aantekening mondeling vonnis’ Pr niet bewijsvoering bevat, kan HR niet beoordelen of bewezenverklaring toereikend is gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 22/02654.
De uitspraak op rechtspraak.nl