HR 10 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1148

Bedreiging met misdrijf waardoor gevaar voor algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, met misdrijf tegen leven gericht en met zware mishandeling door met auto in te rijden op pui van daklozenopvang, art. 285.1 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. aantasting in persoon ‘op andere wijze’. ‘s Hofs oordeel dat aard en ernst van normschending meebrengen dat door b.p. ondervonden nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat aantasting in persoon kan worden aangenomen, is niet zonder meer begrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat b.p. zich niet in huiskamer bevond toen verdachte inreed op pui daarvan. Als onderbouwing van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ volstaat niet dat b.p. te kennen heeft gegeven dat hij erg geschrokken en angstig is sinds incident en veel spanning voelt. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken