HR 27 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:984

Vergismoord in parkeergarage in Amsterdam. Beschieting van auto waarbij bestuurder om het leven is gekomen, zijn partner zwaargewond is geraakt en hun tweejarig dochtertje dat op achterbank zat ongedeerd is gebleven. Medeplegen van (poging) moord op inzittenden auto (art. 289 Sr) en opzetheling van vluchtauto’s (art. 416 Sr). 1. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden? 2. Maximale duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. 3. Schriftuur benadeelde partijen (ouders van dodelijk slachtoffer) te laat ingediend. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:197 m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg en h.b. en vraag welk rechtsgevolg daaraan dient te worden verbonden. Door te overwegen dat ‘de zaak in totaal in beginsel niet langer dan 32 maanden hoort te duren’, dat de ‘totale periode’ ruim 58 maanden beslaat en dat daarom sprake is van ‘een overschrijding van in totaal 26 maanden’ heeft hof dat beoordelingskader miskend. HR doet zaak zelf af en vermindert gevangenisstraf van 20 jaren met 3 maanden. Ad 2. Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR:2022:714). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 7, 33 en 320 dagen kan worden toegepast. Ad 3. HR slaat op schriftuur b.p. geen acht i.v.m. overschrijding termijn voor indiening. Volgt verwerping. Samenhang met 22/00386 en 22/00387.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken