HR 23 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:742
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening oproeping verdachte in hoger beroep aan adres in Polen en verstekverlening, art. 36e.3, 265.1 en 413.1 Sv, art. 7.3 EVR en art. 5 EU-rechtshulpovereenkomst. 1. Betekening oproeping nadere tz. in h.b. Moet bij betekening van oproeping rechtstreeks over de post de termijn in acht worden genomen die Polen heeft gesteld in de o.g.v. art. 7.3 EVR afgelegde verklaring? 2. Aanwezigheidsrecht. Heeft hof zonder schending van aanwezigheidsrecht kunnen beslissen de zaak buiten aanwezigheid van verdachte te behandelen? Ad 1. Oproeping voor tz. in h.b. van 26-11-2021 is op 15-11-2021 betekend door deze rechtstreeks over de post te verzenden aan adres in Polen dat als BRP-adres was geregistreerd (vgl. HR:2002:AD5163). Een verklaring a.b.i. art. 7.3 EVR heeft betrekking op het geval waarin dagvaarding (waaronder ook kan worden begrepen oproeping voor nadere tz.) naar de autoriteiten van Polen als aangezochte staat wordt gestuurd met als doel dat die autoriteiten de dagvaarding aan verdachte die zich in Polen bevindt, doen toekomen. Verklaring a.b.i. art. 7.3 EVR heeft geen betrekking op rechtstreekse verzending per post (vgl. HR:1990:AD1172). Ad 2. P-v van tz. in h.b. van 26-11-2021 houdt niet in dat raadsman een verzoek tot aanhouding van de zaak heeft gedaan met het oog op het kunnen uitoefenen van het aanwezigheidsrecht door verdachte of het verkrijgen van machtiging a.b.i. art. 279.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2002:AD5163 m.b.t. aanwezigheidsrecht van verdachte in h.b. Hof heeft zonder schending van aanwezigheidsrecht kunnen beslissen de zaak buiten aanwezigheid van verdachte te behandelen, waarbij HR in aanmerking neemt dat hof ttz. van 29-10-2021 in het bijzijn van raadsman heeft bepaald dat volgende zitting op 26-11-2021 plaatsvindt, dat verdachte en zijn raadsman overeenkomstig wettelijke voorschriften voor die tz. zijn opgeroepen en dat verdachte zich kennelijk (hoewel dat in de gegeven omstandigheden van hem mocht worden verwacht) niet bereikbaar heeft gehouden voor zijn raadsman om (ook) langs die weg van datum en tijdstip van behandeling van het namens hem ingestelde h.b. op de hoogte te komen. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl