HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:841
Belaging door glazenwasser, art. 285b.1 Sr. Strafmotivering. Kon hof i.v.m. opgelegde vrijheidsbeperkende maatregelen 2 maal totale duur van vervangende hechtenis van 6 maanden bepalen? Art. 38w Sr. Rechter kan, zoals ook volgt uit wetsgeschiedenis bij art. 38v en 38w Sr, aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen waaraan meerdere in art. 38v.2 Sr genoemde verplichtingen worden verbonden. Daarbij bepaalt rechter overeenkomstig art. 38w.2 Sr duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan maatregel (aan die maatregel verbonden verplichting) wordt voldaan. O.g.v. art. 38w.3 Sr geldt van rechtswege dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. ‘s Hofs strafoplegging moet, wat betreft oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel, aldus worden verstaan dat aan verdachte 1 vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd waarbij verdachte wordt bevolen zich niet op te houden in bepaald gebied en tevens wordt bevolen zich te onthouden van contact met bepaalde personen en dat duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan 1 van die verplichtingen wordt voldaan 5 dagen bedraagt, waarbij o.g.v. art. 38w.3 Sr van rechtswege geldt dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. Klacht dat hof 2 maal een totale duur van vervangende hechtenis van 6 maanden heeft bepaald, mist daarom feitelijke grondslag. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl