HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:610
Computervredebreuk (art. 138ab Sr) en medeplegen bekend maken gegevens die door misdrijf zijn verkregen van server van bedrijf (art. 273 Sr). (Voormalig) boekhouder/financial controller van bedrijf die informatie van server ter beschikking stelt aan voormalig werknemer t.b.v. ontslagprocedure tegen dat bedrijf. 1. Wederrechtelijk binnendringen. Is verdachte m.b.v. ’valse sleutel’ binnengedrongen in server? 2. Strafuitsluitingsgrond van art. 273.2 Sr (te goeder trouw kunnen aannemen dat algemeen belang bekendmaking vereiste). Heeft hof beslist op beroep op art. 273.2 Sr? 3. Redelijke termijn in hoger beroep. Had hof moeten beslissen op opmerking raadsman dat sprake is van ‘overschrijding van redelijke termijn in hoger beroep’ met verzoek dit ‘in strafverlagende zin mee te nemen’? 4. Tweede Borgersbrief. Ad 1. Uit totstandkomingsgeschiedenis van art. 138ab Sr, zoals weergegeven in HR:2021:1691, moet worden afgeleid dat van ‘binnendringen’ sprake is wanneer toegang tot (deel van) geautomatiseerd werk wordt verschaft tegen onmiskenbare wil van rechthebbende. Hof heeft vastgesteld dat verdachte voorafgaand aan tlgd. feiten e-mail aan directeur van bedrijf A heeft gestuurd met o.m. mededeling dat verdachte niets meer voor hem wilde doen, dat verdachte vervolgens in periode van ruim een jaar ongeveer 45 keer heeft ingelogd op server van A om informatie te verzamelen i.v.m. ontslagprocedure tegen voormalig werknemer van A en dat verdachte daarbij inzage heeft gehad in groot aantal gegevens, die op geen enkele wijze verband hielden met tussen verdachte en A overeengekomen werkzaamheden (o.m. privémail), en deze gegevens heeft overgenomen, om deze ter beschikking te stellen aan die werknemer en diens advocaat. ’s Hofs oordeel dat verdachte m.b.v. ‘valse sleutel’ a.b.i. art. 138ab.1.c Sr (deel van) geautomatiseerd werk wederrechtelijk is binnengedrongen, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat toegang die verdachte zich heeft verschaft tot server om - zonder enig verband met voormalige werkzaamheden voor A - informatie te verzamelen die voormalig werknemer kon gebruiken in ontslagprocedure, inging tegen onmiskenbare wil van A. Enkele omstandigheid dat hof niet uitgesloten heeft geacht dat verdachte na verzending e-mail nog rechtmatige (boekhoudkundige) werkzaamheden voor A heeft verricht, doet daar niet aan af. Ad 2. Terechte klacht dat hof niet heeft gerespondeerd op beroep op art. 273.2 Sr leidt niet tot cassatie. Hof heeft beroep op overmacht wegens noodtoestand verworpen en in dat verband overwogen dat op verzoek bijstaan van collega in ontslagprocedure niet heeft te gelden als zodanig zwaarwegend belang dat dit overtreden van strafwet zou rechtvaardigen, dat omstandigheden die zouden hebben genoopt tot wetsovertreding al geruime tijd speelden maar dat niet is gebleken dat alternatieven om beoogd doel te bereiken zijn onderzocht en dat gesteld rechtvaardigheidsgevoel van verdachte niet voldoende dwingend is en vertroebeld is, gelet op uitlatingen van verdachte bij politie. Verder blijkt uit door hof vastgestelde feiten dat verdachte door hem verkregen informatie slechts ter beschikking stelde aan voormalig werknemer van A, om deze in gelegenheid te stellen daaruit eigen selectie te maken en die in te brengen in civiele procedure. Hierin ligt niet onbegrijpelijk oordeel besloten dat zich niet een geval voordoet waarin algemeen belang bekendmaking van gegevens vereiste, en dat verdachte geen beroep toekomt op strafuitsluitingsgrond van art. 273.2 Sr. Ad 3. Gelet op wat raadsman heeft aangevoerd over overschrijding redelijke termijn, had hof hierover gemotiveerde beslissing moeten nemen. Zo’n beslissing ontbreekt in ’s hofs uitspraak. HR doet zaak zelf af door aan te nemen dat in h.b. redelijke termijn is overschreden en opgelegde taakstraf van 120 uren (mede gelet op overschrijding redelijke termijn in cassatie) met 12 uren te verminderen. Ad 4. HR slaat geen acht op “aanvullende reactie op conclusie” van raadsman, omdat het in strijd is met goede procesorde om nogmaals te reageren op CAG (vgl. HR:1999:ZD1498). CAG: anders t.a.v. redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl