HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5967
Economische zaak. OM-cassatie. Art. 2 Diergeneesmiddelenwet. Noodtoestand. Bij de beoordeling van een beroep op noodtoestand als in het middel bedoeld, moet worden vooropgesteld dat uitzonderlijke omstandigheden in een individueel geval kunnen meebrengen dat gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld, niettemin gerechtvaardigd kunnen worden geacht, onder meer indien moet worden aangenomen dat daarbij is gehandeld in noodtoestand, dat wil zeggen - in het algemeen gesproken - dat de pleger van het feit, staande voor de noodzaak te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen, de zwaarstwegende heeft laten prevaleren (vgl. HR LJN BC7938). Het Hof heeft met juistheid tot uitdrukking gebracht dat - kort gezegd - slechts in uitzonderlijke omstandigheden individuele dierenartsen van geval tot geval mogen beoordelen of in concrete situaties in noodtoestand de Diergeneesmiddelenwet moet worden overtreden. De motivering van de honorering van het beroep op overmacht is echter niet toereikend, nu uit ’s Hofs overwegingen niet volgt dat is nagegaan of uitzonderlijke omstandigheden in een individueel geval meebrengen dat overtreding van een wettelijk verbod gerechtvaardigd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl