HR 14 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:219
Medeplegen uitvoer hennep (art. 3.A Opiumwet). 1. Toetsing van rechtmatigheid van tapmachtigingen. Heeft Rb tapmachtigingen ten onrechte volledig getoetst i.p.v. marginaal? 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1. HR: Middel leidt niet tot cassatie om redenen vermeld in CAG. CAG: Hof heeft (met juiste toepassing van toepasselijk toetsingskader) terecht aan beoordeling van rechtmatigheid van tapmachtigingen ten grondslag gelegd dat door zittingsrechter moet worden getoetst of RC in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent verstrekken van die tapmachtigingen heeft kunnen komen. Die toets van zittingsrechter heeft daarmee marginaal karakter. Het is aan RC om te beoordelen of vordering OvJ tot verlenen van verzochte tapmachtiging en verstrekken van deze tapmachtiging a.b.i. art. 126m.5 Sv) aan daartoe gestelde wettelijke voorwaarden voldoen. ’s Hofs oordeel dat Rb i.p.v. marginale, ten onrechte volle inhoudelijke toets heeft aangelegd, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Volgt verwerping. Samenhang met 20/04075 en 20/04009.
De uitspraak op rechtspraak.nl