HR 15 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:376
Beklag, beslag op o.m. auto, geld, diverse sieraden en merkkleding en -schoenen onder klaagster t.z.v. verdenking van witwassen. T.g.v. onduidelijkheid over omvang en titel beslag heeft Rb aanhoudingsverzoek OvJ om nadere stukken te kunnen overleggen afgewezen en klaagschrift deels gegrond en deels ongegrond heeft verklaard. 1. OM-cassatie. Kon Rb aanhoudingsverzoek OvJ afwijzen op de grond dat titel en wettelijke grondslag voor beslag onduidelijk zijn? Art. 23.1 en 23.5 Sv. 2. Cassatie klaagster. Heeft Rb de beslissing tot gedeeltelijke ongegrondverklaring van klaagschrift (t.a.v. spaarbankboekjes, schoenen, zonnebril en portemonnee) toereikend gemotiveerd? Ad 1. Indien niet (geheel) duidelijk is welke voorwerpen zijn inbeslaggenomen en/of welke bepaling(en) aan beslag ten grondslag ligt of liggen, terwijl die informatie van belang is voor beoordeling van klaagschrift, brengt onderzoekstaak van beklagrechter met zich dat hij zich hierover nader laat informeren. Beklagrechter kan daarvoor o.g.v. art. 23.1 Sv aan OM het bevel geven om stukken over te leggen. Zo nodig houdt rechter daartoe onderzoek in raadkamer aan. OM is o.g.v. art. 23.5 Sv gehouden deze stukken aan rechter over te leggen. Laat OM dat achterwege, dan kan beklagrechter die omstandigheid betrekken bij beoordeling van klaagschrift (vgl. HR:1998:ZD1433). Rb heeft geoordeeld dat (gelet op tijdsverloop sinds inbeslagneming alsmede correspondentie tussen verdediging en OM) geen aanhouding van behandeling van klaagschrift hoeft plaats te vinden om OM in de gelegenheid te stellen nadere informatie over inbeslaggenomen voorwerpen te verstrekken en verder dat bij gebrek aan deugdelijk overzicht van inbeslaggenomen voorwerpen en/of nadere onderbouwing van grondslag van dat beslag, het beklag gedeeltelijk gegrond moet worden verklaard. Rb heeft echter ontoereikend gemotiveerd waarom zij, mede met het oog op haar hiervoor omschreven onderzoekstaak, geen toepassing heeft gegeven aan bevoegdheid OM te bevelen stukken over te leggen m.b.t. inbeslaggenomen voorwerpen en grondslag van beslag. Oordelen Rb zijn daarom niet zonder meer begrijpelijk. Ad 2. Om juiste beoordelingsmaatstaf te kunnen hanteren zal t.t.v. behandeling in raadkamer duidelijk moeten zijn welke bepaling(en) aan beslag ten grondslag ligt of liggen. Bij beoordeling van klaagschrift van beslagene dat is gericht tegen beslag dat is gelegd o.g.v. 94 Sv, dient rechter a. te beoordelen of belang van strafvordering het voortduren van beslag vordert, en zo neen, b. teruggave van inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende t.a.v. dat voorwerp moet worden beschouwd. Bij beoordeling van klaagschrift van beslagene dat is gericht tegen beslag a.b.i. art. 94a.1 of 94a.2 Sv, dient rechter te onderzoeken a. of er op het moment van zijn beslissing sprake is van verdenking van of veroordeling wegens misdrijf waarvoor geldboete van vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter aan klager (als verdachte) een verplichting tot betaling van geldboete of geldbedrag ter ontneming van w.v.v. zal opleggen. Uit overwegingen Rb blijkt niet dat zij vaststellingen heeft gedaan over grondslag van beslag m.b.t. desbetreffende voorwerpen en ook niet dat zij genoemde maatstaven heeft aangelegd bij beoordeling van klaagschrift. Dit betekent dat Rb de beslissing tot gedeeltelijke ongegrondverklaring van klaagschrift, ontoereikend heeft gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl