HR 6 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1826

Mishandeling, art. 300.1 Sr. 1. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door verdachte gedaan en ttz. door gemachtigde raadsman gehandhaafd op de grond dat verdachte wegens medische problemen m.b.t. zijn hart, bloeddruk en cholesterol niet in staat is om ttz. te verschijnen, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat het niet aannemelijk is geworden dat door verdachte gestelde medische klachten een verhindering opleveren voor verdachte om ttz. te verschijnen en (ten overvloede) o.g.v. belangenafweging. 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één van de raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak heeft gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:1896 m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Aan aanhoudingsverzoek heeft raadsman in de kern ten grondslag gelegd dat verdachte bij behandeling van zijn zaak aanwezig wil zijn maar dat het vanwege medische redenen en problemen met vervoer “moeilijk” is voor verdachte om naar hof te komen. Hof heeft verzoek afgewezen en heeft in dit verband o.m. overwogen dat belang van behoorlijke strafvordering (dat afdoening van zaak binnen redelijke termijn omvat) ernstig in gedrang komt indien onderzoek ttz. opnieuw zou worden geschorst en dat dit belang zwaarder moet wegen dan belang van verdachte bij aanhouding van onderzoek ttz. Dat oordeel getuigt, gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, niet van onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk gelet op wat hof in dat verband heeft overwogen over o.m. procesverloop, eerdere aanhoudingen, termijn waarop volgens verdachte een nieuwe behandeling pas zou kunnen plaatsvinden, aanwezigheid van gemachtigde raadsman op tz. en belangen van benadeelde partij om tot spoedige afdoening van zaak te komen. Deze belangenafweging van hof draagt afwijzing van aanhoudingsverzoek zelfstandig. Ad 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één van de raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak heeft gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken