HR 11 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1325

Als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat tegen hem inreisverbod is uitgevaardigd (art. 197 sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in h.b. omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding bij Turkse verdachte die geen schriftelijke vertaling mededeling uitspraak heeft ontvangen? HR herhaalt overwegingen uit HR:2020:770 en HR:2019:1534 m.b.t. art. 366 Sv, verontschuldigbare termijnoverschrijding en schriftelijke vertaling mededeling a.b.i. art. 366 Sv. Hof heeft vastgesteld dat verdachte Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst en dat mededeling uitspraak niet schriftelijk in Turkse of andere voor verdachte begrijpelijke taal is vertaald. Gelet daarop is oordeel hof dat overschrijding beroepstermijn niet verontschuldigbaar is, niet z.m. begrijpelijk. Overweging van hof dat tolk aan verdachte heeft gezegd ‘wat er in het vonnis stond’ volstaat daartoe niet, mede omdat dit niet z.m. volgt uit verklaring verdachte op zitting over ‘brief’ die vervolgens weer ingenomen zou zijn. Mede gelet op eisen die voortvloeien uit art. 3.7 Richtlijn 2010/64/EU had hof in omstandigheden van geval aanleiding moeten zien nadere vaststellingen te doen over vraag in hoeverre mededelingen van tolk ertoe hebben geleid dat verdachte op de hoogte is gekomen van wat voor hem van belang was met oog op instellen van h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken