HR 8 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1534

Zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat ex art. 366.4 Sv vertaling mededeling verstekuitspraak van Rb aan verdachte (Guineese nationaliteit) had moeten worden verstrekt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5706 m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn. Hof heeft vastgesteld dat verdachte Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst. Gelet op door raadsvrouwe van verdachte ttz. aangevoerde omstandigheid dat aan verdachte in strijd met art. 366.4 Sv geen schriftelijke vertaling van mededeling a.b.i. art. 366.1 en 366.3 Sv in Guineese of andere voor verdachte begrijpelijke taal is verstrekt en in aanmerking genomen dat uit aan HR toegezonden stukken ook niet kan blijken dat dit is geschied, is in ‘s Hofs beslissing besloten liggend oordeel dat overschrijding van beroepstermijn niet verontschuldigbaar is, niet z.m. begrijpelijk (vgl. ECLI:NL:HR:2018:2008). Enkele door Hof in aanmerking genomen omstandigheid dat verdachte contact had met raadsman die zijn belangen in vreemdelingenzaak behartigde, maakt dat niet anders. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken