HR 29 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:982

Beklag, beslag op hond n.a.v. bijtincident onder belanghebbende t.z.v. verdenking van overtreding van art. 425 Sr. Afzonderlijke rechterlijke beschikking tot onttrekking aan het verkeer van (gevaarlijke) hond, art. 552f.2 Sv en art. 36b.1.4 Sr. Is OvJ ontvankelijk in vordering a.b.i. art. 552f.2 Sv, nu OvJ voornemens is tot vervolging over te gaan? In art 36b.1.4 Sr is mogelijkheid geopend om voorwerpen op vordering van OM bij afzonderlijke rechterlijke beschikking aan het verkeer te onttrekken. Die mogelijkheid is geschapen voor gevallen waarin geen einduitspraak wordt gedaan of waarin vervolging door rechterlijke uitspraak tot een eind is gekomen. Gelet daarop is, zowel indien OvJ tot vervolging is overgegaan als indien hij nog niet tot vervolging is overgegaan maar ervan uitgaat hiertoe te zullen overgaan, deze n-o in vordering a.b.i. art. 552f.2 Sv. Rechter moet daarom in zijn beschikking ervan blijk geven te hebben onderzocht of zaak zou worden vervolgd dan wel niet (meer) wordt vervolgd (vgl. HR:1986:AC1898 en HR:2010:BK6319). Namens belanghebbende is in raadkamer aangevoerd dat OM voornemens is in deze zaak een strafvervolging in te stellen tegen belanghebbende, welke stelling OvJ onweersproken heeft gelaten. Niet is gebleken dat Rb de juistheid van die stelling heeft onderzocht. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is oordeel Rb dat OvJ ontvankelijk is in vordering ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG (strekking): niet-ontvankelijkverklaring van OvJ in zijn vordering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken