HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:927
Rijden zonder rijbewijs op snorfiets, art. 107.1 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat ex art. 366.4 Sv vertaling mededeling verstekuitspraak van Ktr aan analfabete verdachte (Cubaanse nationaliteit) had moeten worden verstrekt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:770 m.b.t. art. 366 Sv, HR:2004:AO5706 m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn en HR:2019:1534 inhoudende dat daarvan sprake kan zijn indien verdachte in strijd met art. 366.4 Sv niet schriftelijke vertaling van mededeling a.b.i. artikel 366.1 en 366.3 Sv in een voor hem begrijpelijke taal heeft ontvangen. Hof heeft vastgesteld dat verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst en dat mededeling van uitspraak niet in Spaanse of andere voor verdachte begrijpelijke taal is vertaald. Gelet daarop is ’s hofs oordeel dat overschrijding van beroepstermijn niet verontschuldigbaar is, niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat verdachte ttz. in h.b. weliswaar heeft verklaard dat hij niet kan lezen maar dat hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben onderzocht of aan die uitlating z.m. conclusie kan worden verbonden dat vertaling in het Spaans niet eraan kon bijdragen dat verdachte op de hoogte zou raken van inhoud van uitspraak. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl