HR 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:316
Profijtontneming, w.v.v. uit Opiumwetfeiten en witwassen. Art. 416.2 Sv. Leidt art. 27.3 Sv tot toepasselijkheid van regeling van aanwijzen van raadsman (art. 40.1.b Sv) in ontnemingsprocedure? Mede gelet op wetsgeschiedenis is o.g.v. art. 27.3 Sv voorschrift van art. 40.1b Sv van overeenkomstige toepassing in ontnemingsprocedure. Dat betekent dat voor betrokkene die geen raadsman heeft, door bestuur van raad voor rechtsbijstand een raadsman wordt aangewezen na mededeling door OM dat h.b. is ingesteld tegen eindbeslissing in e.a. in ontnemingsprocedure en in strafzaak die met ontnemingszaak samenhangt voorlopige hechtenis is bevolen. In strafzaak die met onderhavige ontnemingszaak samenhangt is voorlopige hechtenis bevolen. Gelet op het belang van voorschrift van art. 40.1.b Sv jo. art. 27.3 Sv had hof, gelet op omstandigheid dat betrokkene geen raadsman had en niet op de in dat voorschrift vermelde wijze raadsman was aangewezen, zaak niet op tz. mogen behandelen en vervolgens onderzoek ttz. mogen sluiten en uitspraak wijzen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl