Conclusie A-G Aben 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:203

Profijtontneming. Klacht over n-o h.b. Mede gelet op de wetsgeschiedenis is o.g.v. art. 27.3 Sv het voorschrift van art. 40.1b Sv van overeenkomstige toepassing in de ontnemingsprocedure. Dat betekent dat voor betrokkene die geen raadsman heeft, door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman wordt aangewezen na mededeling door het OM dat h.b. is ingesteld tegen het eindvonnis in e.a. in de ontnemingsprocedure en in de strafzaak die met de ontnemingszaak samenhangt voorlopige hechtenis is bevolen. In de strafzaak die met de onderhavige ontnemingszaak samenhangt is voorlopige hechtenis bevolen. Gelet op het belang van het voorschrift van art. 40.1b Sv jo. art. 27.3 Sv had het hof, gelet op de omstandigheid dat betrokkene geen raadsman had en niet op de in dat voorschrift vermelde wijze een raadsman was aangewezen, de zaak niet op de tz. mogen behandelen en vervolgens het onderzoek ttz. mogen sluiten en arrest wijzen. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken