HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1749
Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en ttz. in h.b. herhaald getuigenverzoek, omdat betrokkene daardoor niet in zijn verdediging wordt geschaad. Is kader uit post-Keskin ook van toepassing in ontnemingszaken? HR herhaalt overwegingen uit HR:2018:2023 m.b.t. toepasselijkheid van de uit Vidgen-jurisprudentie voortvloeiende regels in ontnemingsprocedure. HR overweegt dat hij zijn rechtspraak over de eisen die in strafzaken gelden m.b.t. de onderbouwing van getuigenverzoeken ten dele heeft bijgesteld in HR:2021:576 n.a.v. uitspraak van EHRM in Keskin tegen Nederland. Deze bijstelling is in ontnemingszaken alleen van betekenis indien en v.zv. getuigenverzoek is gedaan i.v.m. een in de ontnemingsprocedure te nemen beslissing die ertoe strekt dat betrokkene zelf een concreet aangeduid strafbaar feit heeft begaan. Als getuigenverzoek is gedaan i.v.m. een andere beslissing, zoals schatting van w.v.v., verdeling van dat voordeel of gemaakte kosten, geldt onverminderd dat rechter bij beoordeling van getuigenverzoek, mede in zijn oordeel kan betrekken of betreffend verzoek van verdediging, in het licht van de door OM aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt waarom het horen van die getuige van belang is voor die beslissing (vgl. HR:2002:AD8950). Getuigenverzoek houdt verband met (afdracht van) opbrengsten van deze getuigen uit prostitutiewerkzaamheden en daarmee met schatting van omvang van voordeel dat betrokkene heeft verkregen uit bewezenverklaarde feiten. ’s Hofs afwijzing van verzoek getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, gelet op gronden die hof aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd. Deze strekken ertoe dat getuigen in strafzaak, waar zij zich als benadeelde partij hadden gevoegd, bij RC zijn gehoord, waarbij aan verdediging de gelegenheid is geboden tot het stellen van vragen, dat in die verhoren getuigen hebben verklaard over financiële aspecten van prostitutiewerkzaamheden, die niet alleen voor de in strafzaak maar ook voor de in ontnemingszaak te nemen beslissingen relevant zijn, en dat verdediging onvoldoende heeft onderbouwd waarover getuigen (gelet op die eerdere verhoren en ook in het licht van overwegingen van Rb over schatting van w.v.v. en gebruik van verklaringen van getuigen daarbij) nog aanvullend zouden moeten verklaren. Omstandigheid dat t.t.v. verhoren van getuigen in strafzaak het ontnemingsrapport nog niet bekend was, maakt voorgaande niet anders. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl