HR 5 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1443
Poging zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en mishandeling (art. 300.1 Sr). Vordering benadeelde partij. Proceskostenveroordeling a.b.i. art. 592a (oud) Sv, thans art. 532 Sv. Is hoogte van proceskostenveroordeling begrijpelijk, nu Hof een door b.p. gevorderd bedrag aan proceskosten toekent, dat afwijkt van liquidatietarieven? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. begroting van proceskosten, taak van strafrechter, ontbreken van motiveringsplicht en te hanteren maatstaf. Mede in aanmerking genomen dat Rb aan kosten een bedrag van € 922 heeft toegewezen, hetgeen overeenkomt met 2 punten in tarief I van liquidatietarief, en vermeerdering van dit bedrag overeenkomstig dit tarief met kosten van h.b. op basis van ½ punt tot totaalbedrag aan kosten van € 1.301,50 zou leiden, is ‘s hofs oordeel dat het in h.b. als proceskosten gevorderde bedrag van € 1.270,50 voor vergoeding in aanmerking komt, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl