HR 13 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1134

Verduistering van als voorschot toegekende subsidiebedragen bestemd voor inhuren van fractiemedewerkers door (oud-)lid van Provinciale Staten in Friesland (meermalen gepleegd), art. 321 Sr. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. in h.b. op de grond dat verdachte ernstig ziek is, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging, nu behandeling reeds 3 keer is aangehouden en 20 maanden zijn verstreken sinds eerste zitting in h.b. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1896 m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Aan aanhoudingsverzoek heeft raadsman ten grondslag gelegd dat verdachte ernstig ziek is, dat hij bij behandeling van zijn zaak aanwezig wil zijn maar dat hij vanwege zijn ziekte niet in staat is zich optimaal voor te bereiden en het woord te voeren. Hof heeft dit verzoek afgewezen, omdat bij ziekte aanhouding weliswaar het uitgangspunt is maar behandeling van zaak al 3 maal eerder is aangehouden en “naar mate zaak langer duurt, belang van behoorlijke strafvordering steeds zwaarder gaat wegen”. Kennelijk heeft hof daarmee tot uitdrukking gebracht dat belang van behoorlijke strafvordering (dat afdoening van zaak binnen redelijke termijn omvat) ernstig in het gedrang zou komen als onderzoek ttz. voor de vierde maal zou worden geschorst en dat dit belang zwaarder moet wegen dan belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak tegenwoordig te zijn. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, gelet op wat op tz. aan de orde is gekomen m.b.t. tijdsverloop sinds wijzen van vonnis in e.a., eerdere aanhoudingen op verzoek van verdachte, onzeker verloop van ziekte van verdachte, aanwezigheid van gemachtigde raadsman op tz. en belangen, waaronder belang van b.p., om tot doeltreffende en spoedige berechting te komen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken