HR 6 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1042

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 19,5 miljoen euro van 3 buitenlandse handelsbanken op Schiphol t.z.v. verdenking van witwassen, terwijl centrale bank van dat buitenland ‘shipper’ is van Suriname naar China. Heeft centrale bank immuniteit? Centrale bank en handelsbanken hebben gezamenlijk klaagschrift ingediend, waarna Rb beklag gegrond heeft verklaard vanwege immuniteit centrale bank. HR geeft o.m. uitleg aan art. 8d Sr. In eerdere arresten heeft civiele kamer van HR geoordeeld dat VN-Verdrag codificatie behelst van internationaal gewoonterecht m.b.t. immuniteit van jurisdictie en immuniteit van executie en daaraan gestelde grenzen. Hoewel in art. 2 van resolutie 59/38 tot uitdrukking is gebracht dat VN-Verdrag geen betrekking heeft op “criminal proceedings” moet worden aangenomen dat immuniteit in strafzaken in ieder geval niet beperkter is dan in civiele zaken. Niet alle bepalingen van VN-Verdrag kunnen als internationaal gewoonterecht worden aangemerkt (vgl. HR:2016:2236). Mede in het licht van totstandkomingsgeschiedenis van VN-Verdrag kan niet worden aangenomen dat art. 21.1.c. VN-Verdrag als vastlegging van internationaal gewoonterecht kan worden aangemerkt. Daarbij speelt rol dat in wetgeving en rechtspraak van veel andere staten wordt uitgegaan van minder vergaande immuniteit van centrale banken. Mede in het licht van rechtsvergelijkend onderzoek kan hooguit worden aangenomen dat als algemeen geldende, ongeschreven regel van internationaal gewoonterecht kan worden aangemerkt de regel dat centrale bank aanspraak kan maken op immuniteit van inbeslagneming en executie v.zv. het “property” van centrale bank betreft dat bestemd is of wordt aangewend voor taakuitoefening van centrale bank i.v.m. monetair politiek en valutabeleid. Hoewel deze bepalingen, mede gelet op wat is overwogen over toepassingsbereik, hier niet van toepassing zijn, biedt ook art. 19.c jo. 21.1.c VN-Verdrag steun voor opvatting dat immuniteit in ieder geval is beperkt tot “property” van centrale bank. Rb heeft klaagschrift gegrond verklaard, omdat naar haar oordeel regels van internationaal gewoonterecht m.b.t. immuniteit in de weg staan aan inbeslagneming van het in eigendom van handelsbanken zijnde geldbedrag. Dat oordeel is niet begrijpelijk in het licht van wat is overwogen m.b.t. eis dat sprake is van “property” van centrale bank, in aanmerking genomen dat Rb heeft vastgesteld dat handelsbanken rechthebbende waren en bleven m.b.t. inbeslaggenomen geld en dat uit vaststellingen van Rb over betrokkenheid van centrale bank bij dat geld niet meer blijkt dan dat zij een faciliterende rol had bij voorgenomen omzetting van geldbedrag door handelsbanken. Volgt vernietiging en verwijzing (teneinde gezamenlijk klaagschrift opnieuw te behandelen). CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken