Rb. Noord-Holland 24 december 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:10644
Beschikking ex artikel 552a Sv. Klaagschrift strekt tot opheffing van het daarop gelegde beslag met last tot teruggave aan de Centrale Bank van Suriname van een geldbedrag van € 19.500.000. De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk beslag dat op 17 april 2018 is gelegd op een geldzending van voornoemd geldbedrag uit Suriname, met eindbestemming Hong Kong, moet worden opgeheven. De Centrale Bank van Suriname geniet immuniteit van het strafvorderlijke beslag. Het beslag is daarmee in strijd met het internationaal publiekrecht (volkenrecht) gelegd. De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond, heft het beslag op en gelast de teruggave van € 19.500.000 aan de Centrale Bank van Suriname.
De uitspraak op rechtspraak.nl