HR 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:646
Medeplegen oplichting door onder valse voorwendselen een bedrijf 4.752 laptops te laten afgeven, art. 326 Sr. Bewijsklachten. 1. Betrouwbaarheid voor bewijs gebruikte verklaring van medeverdachte A. 2. Verwerping uos. Heeft verdachte merk van vrachtwagens aan medeverdachte B doorgegeven? 3. Denaturering verklaring medeverdachte A t.a.v. doorgeven van merk van vrachtwagens aan medeverdachte B. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AU9130, m.b.t. selectie en waarderingsvrijheid van feitenrechter van beschikbaar feitenmateriaal en diens motiveringsplicht ex art. 359.2 Sv i.g.v. uos t.a.v. gebruikt bewijsmateriaal. Hof heeft geoordeeld dat A geloofwaardig is en zijn verklaring betrouwbaar. Daarbij heeft hof in aanmerking genomen dat verklaring van A op hoofdpunten steun vindt in historische verkeersgegevens inclusief mastlocatiegegevens, in verklaring van C, in verklaringen van D en in die van E, die net zoals A en C (ook) zichzelf heeft belast. Door verklaring van A over voorbespreking voor bewijs te gebruiken heeft hof kennelijk geoordeeld dat door verdediging aangevoerde omstandigheden dat verklaring van C en zendmastgegevens van diens telefoon gewraakt onderdeel van verklaring van A niet ondersteunen, aan betrouwbaarheid van betreffende verklaring van A niet afdoen. Dat oordeel is, mede gelet op Hetgeen hiervoor is vooropgesteld, niet onbegrijpelijk. Verweer vindt aldus in bewijsvoering afdoende weerlegging. Tot nadere motivering was hof, ook o.g.v. art. 359.2 Sv, niet gehouden. Ad 2. Hof heeft standpunt dat verdachte merk van vrachtwagens niet aan B heeft doorgegeven, gemotiveerd verworpen en heeft daartoe overwogen dat omstandigheid dat een van de telefoonnummers die bij verdachte in gebruik waren alleen met telefoonnummer dat in gebruik was bij A contact heeft gehad, z.m. niet voldoende is voor ander oordeel. In aanmerking genomen dat deze overweging niet onverenigbaar is met door raadsman aangevoerde omstandigheid dat uit onderzoek naar alle bekende door verdachte in gebruik zijnde telefoonnummers in desbetreffende periode is gebleken dat verdachte, m.u.v. A, geen contact met medeverdachten heeft gehad, terwijl aangevoerde omstandigheid mogelijkheid onverlet laat dat verdachte op andere wijze dan door direct telefonisch contact gegevens heeft doorgegeven aan B, is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Ad 3. Blijkens voor bewijs gebruikte verklaring van medeverdachte A, heeft A op door verbalisant aan hem gestelde vraag hoe hij weet dat gestolen kentekenplaten overeenkwamen met merk van voertuig, verklaard “(...) B [dat] speciaal aan [verdachte] [heeft] gevraagd. Om wat voor merk auto’s het ging.” Door te overwegen dat verdachte merk van vrachtauto’s aan B heeft doorgegeven voor het regelen van gestolen kentekenplaten, heeft hof aan die verklaring geen andere betekenis gegeven dan betekenis die A daaraan kennelijk heeft bedoeld te geven. Hof heeft, i.h.b. gelet op door A bij politie afgelegde verklaring in haar geheel en gelet op tot bewijs gebezigd tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte A, aan bedoelde verklaring van A betekenis kunnen toekennen dat verdachte merk van vrachtauto’s heeft doorgegeven aan B, terwijl hij wist dat B gestolen kentekenplaten zou regelen. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 18/02884, 18/02900, 18/03070, 18/04529 en 19/00309.
De uitspraak op rechtspraak.nl