HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:551

Economische zaak. Strafbeschikking wegens overtreding Taxiverordening Amsterdam 2012. Artikel 257e 1. en 3. Sv. Ontvankelijkheid van verzet ingesteld door schriftelijk gemachtigde. HR: O.g.v. art. 257e.3 Sv kan het doen van verzet (ook) geschieden door een bij bijzondere volmacht door verdachte schriftelijk gemachtigde. Die gemachtigde dient zelf op het parket te verschijnen en aldaar die volmacht in persoon over te leggen. De wet biedt niet de mogelijkheid dat een dergelijke volmacht anders dan in persoon op het parket wordt overgelegd. (Vgl. t.a.v. de vertegenwoordiger van verdachte a.b.i. art. 450.1.b Sv ECLI:NL:HR:2010:BM2496). Het hof heeft vastgesteld dat het verzet door de gemachtigde schriftelijk is gedaan onder bijvoeging van de schriftelijke volmacht. Oordeel hof dat het verzet niet op de juiste wijze is gedaan en dat verdachte om die reden n-o moet worden verklaard in zijn verzet, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en het is ook niet onbegrijpelijk. Daarbij verdient nog opmerking dat in dit verband niet relevant is of ttz. in h.b. verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen en verdachte onderscheidenlijk de gemachtigde raadsman aldaar heeft verklaard dat verdachte de wens had om op rechtsgeldige wijze verzet te doen; die omstandigheid is immers specifiek van belang bij een onvolkomen volmacht door advocaten die een gewoon rechtsmiddel a.b.i. de art. 449-452 Sv instellen of verzet a.b.i. art. 257e Sv doen, omdat zij, anders dan bijzonder gemachtigden, een gewoon rechtsmiddel d.m.v. een schriftelijke volmacht kunnen instellen en schriftelijk verzet kunnen doen bij een aan de OvJ gerichte brief (vgl. m.b.t. gewone rechtsmiddelen ECLI:NL:HR:2017:3071). Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken