HR 5 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3071

Instellen h.b. door een bijzondere gemachtigde van verdachte d.m.v. een daartoe strekkend faxbericht aan de griffie en een (niet ondertekende) machtiging van verdachte. Art. 450.1.b Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BM2496 m.b.t. de wijze waarop het aanwenden van een rechtsmiddel door een vertegenwoordiger van de verdachte dient te geschieden en de op de griffie rustende informatieplicht. Het oordeel van het Hof dat het h.b. niet op de juiste wijze tijdig is aangewend en verdachte om die reden n-o moet worden verklaard in zijn h.b., getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. HR merkt verder op dat: (i) in dit verband niet relevant is of ttz. in h.b. verdachte of een door hem ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar heeft verklaard dat verdachte de wens had om op rechtsgeldige wijze h.b. in te stellen; die omstandigheid is immers specifiek van belang bij een onvolkomen volmacht door advocaten die, anders dan bijzonder gemachtigden, wel hoger beroep d.m.v. een schriftelijke volmacht kunnen instellen (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BV6999) en (ii) de informatieplicht voor de griffie beperkt is tot een geval waarin de bijzonder gevolmachtigde ter griffie verschijnt. CAG: de griffie was gehouden eigener beweging inlichtingen te verstrekken aan de bijzondere gemachtigde over de juiste aanwending van het rechtsmiddel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken