HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2496

Niet-ontvankelijkverklaring in h.b. Machtiging instellen h.b. Ex art. 450.1.b. Sv kan het aanwenden van een rechtsmiddel (ook) geschieden door een vertegenwoordiger van de verdachte die daartoe persoonlijk door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd. Die aldus gemachtige vertegenwoordiger van de verdachte dient zelf ter griffie te verschijnen en aldaar die volmacht over te leggen. Is deze niet in het bezit van een volmacht dan zal het opmaken van een akte achterwege dienen te blijven. Overigens ligt het in dat geval op de weg van de griffieambtenaar hem te wijzen op het vereiste van een bijz. volmacht en de daaraan te stellen eisen, waarbij dan alsnog de gelegenheid dient te worden geboden om een dergelijke volmacht tijdig ter griffie te overleggen. De wet biedt niet de mogelijkheid dat een dergelijke volmacht anders dan in persoon ter griffie wordt overgelegd. I.c. is ten onrechte de akte opgemaakt nu de vertegenwoordiger van verdachte die h.b. heeft ingesteld, niet in het bezit was van de vereiste bijz. volmacht. Dat zal niet ten nadele van verdachte mogen strekken indien vast zou staan dat de bijz. volmacht nadien alsnog tijdig ter griffie zou zijn binnengekomen, in aanmerking genomen dat een dergelijke “nazending” i.c. door de griffieambtenaar is toegestaan. ’s Hofs oordeel dat onvoldoende is gebleken dat verdachte zijn vader bij bijz. volmacht had gemachtigd h.b. in te stellen, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, nu gelet op de tijdige verstrekking door verdachte aan de griffie van een klaarblijkelijk vanwege de griffie verstrekt standaardformulier voor het instellen van h.b. de mogelijkheid is opengebleven dat verdachte erop heeft vertrouwd (en erop heeft mogen vertrouwen) dat aldus was voldaan aan de door zijn vader gedane toezegging om een bijz. volmacht na te zenden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen