HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:442
Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden (art. 282 Sr) en mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd (art. 273f Sr). Overschrijding redelijke termijn in h.b. Verzuim aan te geven in welke mate straf is verlaagd wegens overschrijding redelijke termijn. Hof heeft verdachte vrijgesproken van feiten 2 en 3 en hem t.z.v. feiten 1 en 4 veroordeeld tot gevangenisstraf van 38 maanden, nadat verdachte in e.a. ter zake van feiten 1, 2, 3 en 4 was veroordeeld tot gevangenisstraf van 4 jaren, terwijl raadsvrouw in h.b. heeft aangevoerd dat redelijke termijn is overschreden. Met het oog op door HR uit te oefenen controle behoort rechter i.g.v. strafvermindering wegens overschrijding van redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM in zijn uitspraak te vermelden welke straf zou zijn opgelegd indien redelijke termijn niet zou zijn overschreden dan wel dat anderszins voldoende duidelijk blijkt op welke wijze rechter overschrijding van redelijke termijn in bestraffing heeft verdisconteerd (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Hof heeft tot uitdrukking gebracht dat bij strafoplegging rekening is gehouden met forse schending van redelijke termijn. Hof heeft echter, gelet op in h.b. gegeven vrijspraken en namens verdachte gevoerd verweer over overschrijding van redelijke termijn, nagelaten in uitspraak duidelijk te maken in welke mate de straf is verlaagd wegens overschrijding van redelijke termijn. Volgt partiële vernietiging (t.a.v. strafoplegging) en terugwijzing. Samenhang met 18/02101 en 18/02102.
De uitspraak op rechtspraak.nl