HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:440
De voortgezette handeling van: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden (art. 282 Sr) en poging tot afpersing (art. 317 Sr) en mishandeling (art. 300 Sr); mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd (art. 273f Sr). Slagende bewijsklacht m.b.t. het onder 1 tot en met 3 bewezenverklaarde. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2007:BA0424, m.b.t. zgn. Promis-werkwijze. Aangezien – mede i.h.l.v. die vooropstelling – de bewezenverklaring onder 1-3, v.zv. inhoudende dat verdachte op de in de bewezenverklaring vermelde tijd en plaats alle in de bewezenverklaring omschreven gedragingen heeft verricht, niet z.m. uit de bewijsvoering van het hof kan worden afgeleid, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing wat betreft de beslissingen over het onder 1-3 tlgde. en de strafoplegging. Samenhang met 18/02102 en 18/04377.
De uitspraak op rechtspraak.nl